A Gymnocactus viereckii Backeberg & Jacobs var. major Glass & Foster tuberculis in parastichis nec orthostichis dispositis, spinis partis superioris areolarum longioribus, erecto-patentibus, nigris, spina centrali basi applanata nec teretri, flore roseo extus cum stria centrali atrorosea, foliis exterioribus perianthii basi virescentibus apice pallidoribus cum stria centrali bruneo-rosea, apice brevi atro-bruneo et testae cellulis perdensiter tuberculatis cum plicis cuticulae distinctis differt.
Lichaam platrond, 35 tot 40 mm breed, 25 tot 30 mm hoog, opgedeeld in duidelijke rhombische knobbels, die in schuin verlopende rechtsdraaiende spiralen zijn gerangschikt, donkergroen.
Wortels rijkvertakt, draadvormig. Areolen rond, witwollig, later kaal. Uit de onderste areoolhelft ontspringen 6-8 witte randdoorns, zijdelings uitstralend, afstaand, dolkvormig, 3-5 mm lang. Uit de bovenste areoolhelft 3-4 randdoorns, afstaand en naar de schedel toegebogen, 10-15 mm lang, zwart. Eén middendoorn, afstaand, naar boven gegen, in het onderste gedeelte afgeplat, 1,5 mm, zwart.
Bloem trechtervormig, 25 mm lang, 20 mm breed, binnenste bloembladeren spatelvormig, spits, roze, met een donkere middenstreep op de achterzijde. Buitenste bloembladeren aan de onderzijde groen, naar boven toe lichter, met een bruinroze middenstreep, in een korte donkerbruine spits eindigend. Meeldraden groenachtig, helmknoppen geel. Stempel wit, met 4 korte witte knotsvormige stempellobben.
Vrucht breed eivormig, tot 5 mm lang, bij rijping bruin en loodrecht openscheurend.
Zaad zwart, mutsvormig, 1 x 0,7 mm. Testa met vlakke ronde knobbels bedekt, die naar het hilum toe kleiner en vlakker worden.
Mexico, exacte vindplaats onbekend.